Belangrijk dat GGD-teststraten blijven beschikken over PCR-capaciteit

Het kabinet vindt het belangrijk dat GGD-teststraten blijven beschikken over PCR-capaciteit.

Het kabinet kwam op 2 juni met een reactie op het 115e OMT-advies. Het OMT gaf hierin onder meer aan dat ‘voor de surveillance van SARS-CoV-2 de inzet van testen van belang is’. Bijvoorbeeld om zicht te houden op de verspreiding van het virus en voor het bepalen van de R. Het OMT adviseert hierbij dat - bij een dalende COVID-19-incidentie en bij een steeds groter aandeel gevaccineerde personen - de PCR de voorkeur verdient boven antigeensneltesten bij mensen die zich laten testen in de GGD-teststraat.

Het kabinet neemt dit advies van het OMT grotendeels over, maar wil voorkomen dat er voor de
GGD’en uitvoeringsproblemen ontstaan. Het is voor de GGD’en immers lastig om op het ene moment op te schalen naar meer antigeentesten en het andere moment weer af te schalen naar de PCR testen. Daarom vraagt zij aan de GGD’en om niet alleen PCR-testcapaciteit ter beschikking te stellen.

Wel verzoekt zij om, in lijn met het OMT-advies, niet een gehele regio om te schakelen naar antigeentesten en altijd een minimum aan PCR-testcapaciteit beschikbaar te hebben. Het RIVM heeft een berekening gemaakt van het aantal PCR testen dat nodig is voor kiemsurveillance in elke regio
wanneer de incidentie 1% is. De GGD’en wordt verzocht dit als het minimale scenario te nemen, waarbij een deel van de monsters uit de patiëntenzorg ook nog kan worden meegenomen voor de kiemsurveillance, conform de argumentatie van het OMT). Dit overzicht met dede berekening
van het RIVM zal worden verspreid onder de GGD’en.

Teststraat
Beeld: ©ANP